dinsdag 27 maart 2012

Dag 16 l'Ecaille - Reims 26 km


Als ik deze morgen wakker word is Pascale, de vrouw des huizes, al naar Parijs vertrokken, en zoontje Augustin op weg naar school. Vader Joachim wacht geduldig in de keuken op de gast. Ik neem afscheid en vertrek door de velden in zuidelijke richting, op weg naar Reims. Ik draai mij nog een keer om en zie tot mijn verrassing dat de reusachtige veldschuur van monsieur Gaillot bedekt is met zonnepanelen, genoeg om het hele gehucht van stroom te voorzien. De burgemeester heeft het goed voor elkaar!



Als ik de heuvel voorbij het huis van de Gaillots ben gepasseerd laat ik de Ardennen definitief achter mij, en begint het departement Marne.


Op de eindeloze vlakte luister ik naar het strijkkwintet van Schubert (helaas niet in mijn favoriete uitvoering van het Alban Berg kwartet). Het tweede deel weet mij steeds weer enorm te ontroeren. De Duitse schrijver Thomas Mann zou van deze muziek gezegd hebben dat hij er op zijn sterfbed de dood mee in wil gaan.
Het is nog steeds volop lente. Langs de weg staat de prunus uitbundig te bloeien. Ik vraag mij af hoever de bloei in Nederland is.


Voorbij Bazancourt volg ik de Romeinse heirbaan die dwars door de velden in een kaarsrechte lijn naar Reims leidt.
Plotseling zie ik in de verte de contouren van de kathedraal van Reims, voor de pelgrim een bijzonder moment.
Aangekomen bij een voorstad van Reims neem ik de stadsbus. Dat is niets voor mij, maar ik heb een goed excuus, want het is bijna 4 uur, en vóór 5 uur moet ik bij de kathedraal zijn waar ik een stempel krijg voor mijn credencial, en voor onderdak wordt gezorgd.
Ik excuseer mij met de gedachte dat ik de afgelopen weken ook heel wat kilometers teveel heb gelopen omdat ik de weg kwijt was!



De aanblik van de kathedraal in het late namiddaglicht is verbluffend. Wat een schoonheid!

 
Binnen word ik door twee vriendelijke dames geholpen. Ik ben de achtste Nederlandse pelgrim die hier dit jaar voorbijkomt. Ik krijg onderdak in het Diocesaan Centrum, niet ver van de kathedraal. Ik ben moe, maar tevreden.


maandag 26 maart 2012

Dag 15 Wasigny - l'Ecaille (30 km)


 In alle vroegte word ik gewekt door de menagerie van Jos en Christel. Na de haan volgen de hond, een geit, en de schapen. Ik heb heerlijk geslapen en voel mij uitgerust. Het was erg gezellig gisteravond. Christel had een voortreffelijke maaltijd bereid met groenten uit eigen tuin, en daarna hebben we met Andries een heel openhartig gesprek gehad over allerlei zaken die er toe doen.


Jos is hier 17 jaar geleden op de bonnefooi neergestreken om een nieuw leven te beginnen. Hij werkte in Tilburg als monteur bij Romijn totdat het bedrijf failliet ging. (Ik herinner mij nu ineens dat Ruud Hermsen curator was, en dat Lia van Deurssen destijds bij Romijn werkte). Daarna is Jos gaan werken bij
Ton van Dijk in Berkel-Enschot, die hem in staat stelde zijn droom waar te maken: terug naar de basis met een zelfstandig, simpel bestaan. Hij maakte van een bouwval een eenvoudig, maar degelijk en smaakvol ingericht huis, en verdient de kost met het verlenen van onderdak aan toeristen / pelgrims, en in de winter met kluskarweien. Een man naar mijn hart!
Jos brengt mij met zijn oude Mercedes naar de Halle, waar hij ons gisteren heeft opgehaald, en brengt Andries terug naar Wasigny.
 Ik wil morgenavond in Reims aankomen, dus ik moet de pas er in zetten.


Het platteland van Noord-Frankrijk is overweldigend stil. Ik hoor enkel de vogeltjes, kwartels die opgeschrikt uit het struikgewas opvliegen, en het geluid van een zachte lentebries. Er is geen mens te bekennen. De dorpen lijken uitgestorven.





















Naarmate de dag vordert wordt het landschap weidser. Zover het oog reikt onafzienbare landbouwgronden.
Tot Reims kom je hier maar één hotelletje tegen, in Bazancourt, en dat hotel blijkt complet.



Het is vandaag voor het eerst op mijn tocht dat ik 's morgens niet weet waar ik 's avonds zal overnachten.
Om 7 uur In l'Ecaille aangekomen heb ik er 30 km op zitten, en besluit ik naar onderdak te gaan zoeken. Ik roep mijn engelen aan en bel aan bij het eerste het beste huis dat er betrouwbaar en groot genoeg uitziet.


 De man die open doet geeft geen krimp, een lemo dat je niet blindelings op je engelen moet vertrouwen, of wel soms, want de man verwijst mij naar de burgemeester die in een grote villa woont aan de rand van het dorp.


Daar aangekomen wordt opengedaan door een vriendelijk welopgevoed jongetje van een jaar of twaalf, die vertelt dat vader niet thuis is, maar mij wel binnenlaat en vraagt of ik iets wil drinken. Hij belt vader op die ik even later vanuit het keukenraam in de verte met zijn tractor zie komen aanrijden. De burgemeester is een buitengewoon vriendelijke en beschaafde veertiger die mij zonder enige aarzeling uitnodigt bij hem te overnachten. Zijn zoontje brengt mij naar mijn kamer en wijst naar de badkamer waar ik uitgebreid kan douchen.


Terwijl madame in de keuken een heerlijke quiche klaarmaakt vertelt zij dat haar man een landbouwbedrijf heeft, en gerst, suikerbieten, aardappelen en koolzaad verbouwt. Hij is bovendien voorzitter van de suikercoöperatie waar madame werkzaam is in de communicatie.
En terwijl ik deze blog schrijf komt mij de geur al tegemoet van de quiche waar ik ontzettend zin in heb, want ik sterf van de honger!

zondag 25 maart 2012

Dag 14 Signy-l'Abbaye -Wasigny 17 km


Als ik vanmorgen in alle vroegte wakker word hoor ik het ruisen van een beek. Dat verbaast mij want ik heb gisteren geen beek in de buurt van het hotel gezien. Ik kijk om mij heen en zie dat het geruis wordt veroorzaakt door het anti-apneu/snurkapparaat van Andries die nog in diepe rust is.
Wanneer wij ons gaan aankleden ontdek ik dat het zo zijn voordelen heeft alleen te reizen, want als ik uitgebreid op de wc ga zitten ontlokt dat bij Andries de opmerking dat ik mijn territorium aanzienlijk heb uitgebreid! Bij de plaatselijke supermarkt doen wij inkopen voor de lange tocht.
Als ik vraag aan Andries of hij nog wat lekkers wil voor onderweg zegt hij dat hij wel een verrassingsei wil! Ik moet er ineens aan denken dat ik vorige week hetzelfde heb gevraagd aan de kinderen van Lieve toen ze mij uitgeleide deden en wij even bij de bakker binnenliepen om iets cadeau te geven voor de gastvrijheid. Ook zij wilden een verrassingsei. De magie daarvan is kennelijk na 35 jaar nog altijd springlevend!


Als wij onderweg bij een houtvestershuis pauzeren realiseer ik mij dat mijn zus Rineke vandaag 72
wordt. Ik moet haar even bellen want ik ben erg op haar gesteld.


 Ik kan mij bijna niet voorstellen dat zij al 72 wordt, de leeftijd van een toch al enigszins bejaarde dame. Voor mij is ze nog altijd een jaar of vijftig, een soort absolute leeftijd die je lijkt te krijgen als je ouder wordt. Voor mij voelt dat in elk geval wel zo.


Voorbij het gehucht Lalobbe stoppen wij voor de meegebrachte lunch.






Andries (42) eet zijn verrassingsei en is teleurgesteld dat de verrassing slechts een nijlpaardje is en niet een ding dat je in elkaar moet zetten.

 

We komen mooi op tijd aan in Wasigny.




Onder de Halle, een reusachtige open schuur(14e eeuw) die voorheen dienst deed als overdekte markt( foto's) wachten wij op onze gastheer Jos, die ons hier komt ophalen. Jos is een uit Tilburg afkomstige vrije jongen, die hier 17 jaar geleden is neergestreken om zijn eigen ding te kunnen doen. Sinds 8 maanden woont hij met een stel honden en katten samen met Christel, die hier als pelgrim voorbij kwam, en later is omgedraaid.

Op een bank achter het huis met een heerlijk uitzicht op de omringende heuvels drinken wij een pot bier en praten over de zin van het leven, over zielen en over vrijheid.

En terwijl Christel een heerlijke maaltijd aan het bereiden is en Andries even op bed is gaan liggen schrijf ik mijn blog en stel vast dat het leven de moeite waard is.



zaterdag 24 maart 2012

Dag 13 Rocroi - Signy-l'Abbaye 32 km

 

Tegen 9 uur verlaat ik het hotel. Ik zet de pas er in want ik heb vandaag meer dan 30 kilometer te gaan.
Ik laat het vestingstadje achter mij en wandel door een rommelig buitengebied, gevolgd door eentonige productiebossen.

 

Hier en daar geven velden bosnarcissen kleur aan het sombere woud.


Tegen de middag verandert de omgeving in een lieflijk glooiend coulissenlandschap.

 
De zon brandt. Het is minstens 22 graden, maar een lichte lentebries geeft verkoeling.



Voorbij Rilly vraag ik een vriendelijk echtpaar om water, maar ik hoop op koffie. Mijn gebed wordt verhoord.


Madame vult mijn bidon met water en doet er klontjes ijs bij. Ik kan er weer tegen.
Onderweg kom ik een paar keer Cis en Egbert tegen. Cis loopt op teva's. Zij heeft last van haar voeten en wil morgen een rustdag nemen. Egbert blijft morgen bij vrienden.


Aan het eind van de middag zit ik juist aan een groot glas vruchtensap bij een Belgisch echtpaar dat een boerderij nabij Signy bewoont als Andries zich meldt. Hij haalt mijn rugzak op. Dat scheelt! De laatste 7 kilometers loop ik als een speer heuvelafwaarts naar Signy. En zo zitten wij daar na een warme douche in het voortreffelijke restaurant van Auberge l'Abbaye bij het knapperend haardvuur!

vrijdag 23 maart 2012

Dag 12 Olloy-sur-Viroin - Rocroi 28 km

  
Mariëtte heeft besloten nog een dag op haar kamer te blijven. Zij wil morgen proberen alsnog naar Rocroi te lopen waar ze komend weekend haar gezin ontmoet.
Vandaag voert de weg over smalle bospaden langs beekjes door een enorm uitgestrekt bosgebied.
Ik ben amper het dorp uit als ik in de verte twee pelgrims aan zie komen lopen.


 
Het is zowaar Cis, die ik voorbij Namen uit het oog ben verloren. Zij is in gezelschap van Egbert, een leraar Nederlands uit Den Haag, die op weg is naar Rome. Hij loopt de route naar Santiago nog een aantal etappes, maar voorbij Chalon slaat hij in oostelijke richting af om over Besancon naar Zwitserland te gaan.
De hele dag lopen wij met z'n drieën, en komen geen sterveling tegen behoudens een houthakker die er uit ziet als Catweezle.


Struikelend over boomstronken, hijgend en puffend bij het bestijgen van de boshellingen, moest ik vandaag denken aan de wandeltochten die ik in de tachtiger jaren met Maddy en de kinderen op Corsica maakte. Ik liep dan als een hopman voorop, beladen als een muilezel, die bovendien geacht werd de route te kennen. Als ik dan een verkeerd pad koos en omgedraaid moest worden daalde de toorn van het hele gezin op mij neer en riep iedereen in koor "pap, let toch eens op; anders lezen wij de kaart wel!"

 
Wij zijn uiteindelijk steeds op de plaats van bestemming aangekomen, en het leed was altijd snel vergeten!
Als wij het bos verlaten zijn we definitief in Frankrijk. Een bordje geeft aan dat het nog 2543 km is naar Santiago, maar ik hoop dat het iets minder is.


 Het was een lange tocht vandaag. Om 6 uur komen wij aan in het vestingstadje Rocroi. Ik neem afscheid van mijn reisgenoten, en neem mijn intrek in hotel du Commerce. Ik geniet er enorm van dat ik mij na het douchen kan afdrogen met een royale hotelhanddoek in plaats van met mijn fleece-handdoekje, zo groot als een theedoek.

 
Na 12 dagtochten en ruim 300 km in de benen mag ik tevreden vaststellen dat het lopen mij niet slecht afgaat. Ik ben 's morgens niet meer stijf, en de pijntjes van de eerste dagen in nek, schouders en heupen zijn verdwenen.
Als ik zie dat ik vandaag de twee jongelui die allebei zo'n dertig jaar jonger zijn dan ik redelijk kan bijblijven, mag ik niet klagen.
Morgen komt Andries deze kant op om zondag met mij een dag te lopen. Ik verheug mij daar erg op.